395 | Ijsvertier van de bovenste plank

Onze Empelse Fries (of zo u wilt Friese Empelnaar) Douwe Homma heeft zich de afgelopen 2 weken opgeworpen als de Ijskoning van Empel. Niet alleen verzorgt hij de ijsvloer door er elke dag met de gemotoriseerde schuivert overheen te scheuren, ook organiseerde hij gisteren de Empelse Schaatstoertocht voor alle basisschoolleerlingen van het dorp. Het werd een dagje onvervalst Hollandse ijspret. Zelfs Hart van Nederland schoof nog even aan om het gebeuren vast te leggen. Hieronder mijn sfeerimpressie, waarin ook het HvN-itempje te zien is.

394| En schaatser!

Vroeger stonden eind november de ijshockeyschaatsen, -stick en -puck al in de hal klaar om een winter lang te worden gebruikt. Althans, in mijn herinnering was het elk jaar raak. Urenlang draaiden we onze rondjes op de Geffense Plas of het Langven. Mijn adem bevroor in de strak om de mond gevlochten sjaal, witte korsten van ijs achterlatend. Er was geen Nivea genoeg op de wereld om tegen die schraalheid op te smeren. Tegenwoordig blijkt er een hele generatie te bestaan die niet eens weet hoe het voelt om met ijzers groeven te trekken in spiegelglad natuurijs. Isa en Jip hoorden daar ook bij. Tot afgelopen zondag. De Winterefteling was hun eerste kennismaking met het fenomeen ‘schaatsen’ en hoewel op verschikkelijke botjes smaakte het naar meer. Althans, bij Isa dan. Jip is meer van de zomersporten, zo bleek. De laatste dag van het jaar leverde in de vorm van een onverwacht gezellig Empelse vijver (koek en zopie, ja zelfs een schaatsenslijpert) de eerste daadwerkelijke natuurijservaring op.

Jammer dat papa’s klassieke (want uit de periode in de eerste regel van dit verhaal) ijshockeyschaatsen van de weeromstuit uit elkaar vielen bij het vooruitzicht om weer eens dienst te moeten doen. Jammer dat mama’s klassieke (ook jaren 80) witte kunstijsschaatsen zich niet eens meer lieten zien op zolder. Kwijt? Weggegooid? Niemand die een zinnig antwoord kon geven. In de veronderstelling dat schaatsen – in welke hoedanigheid dan ook – overal strak uitverkocht zouden zijn (dat hadden we ons op de drukke vijvert immers laten vertellen) togen we toch maar richting de dichtstbijzijnde schaatsenboer. 10 minuten later stonden we – geheel tot ons eigen verbazing – met een drietal fonkelnieuwe paren weer buiten. Isa kreeg een paar kekke uitschuifbare ijshockeyschaatsjes. Meteen maar even goed aanpakken, dacht ik. En Jip dan? Ach, die mag eerst eens oefenen op die van Isa.

Alle ingrediënten voor een oudhollands middagje schaatspret waren voorhanden. Jammer dat de kinderen van tegenwoordig niet meer zo winterproof zijn als wij dat destijds waren. Na een uurtje (de warme chocolademelkpauze inbegrepen) was het feest al weer over. De handschoenen, naar later bleek. Niet helemaal je-van-het om mee te schaatsen, was de conclusie van zowel Isa als Jip. Waarbij Jip en passant meedeelde dat ie ‘helemaal nooit meer’ zou gaan schaatsen. Ik pareerde met de melding ‘jongen, op botjes schuiffelen is niet eens schaatsen!’ maar dat zorgde voor een nog grotere vastberadenheid bij meneer. We zien het wel. Botjes zijn ook zó jaren 80. Ik trek hem morgen de ijshockeyschaatsen van Isa aan en stel hem prachtige winters vol ijshockeyvertier in het vooruitzicht. Misschien dat het helpt.

Dochterlief heeft sterkere ambities dan haar broer: een uurtje (en een half uur Nick Jr. dus een flink stuk opgewarmder) later vroeg ze zelf of we weer gingen schaatsen. That’s my girl. Op een bijzonder gezellig Empelse plas werd het langzaam donker.