390 | Anduze

Exact 30 jaar geleden ontdekten we Camping de l’Arche in Anduze. Kilometertje of 60 van de Méditerranée, aan het oostelijke randje van de Cévennen. De volgende 12 jaren waren we er niet weg te slaan – eerst onder de vleugels van pa en ma en later op semi-eigen benen via de lijn Roosendaal – Avignon met de Train Economique.

De camping had destijds alles wat we ons maar konden wensen. Of eigenlijk, de rivier náást de camping had alles wat we ons maar konden wensen. De Gardon kronkelde zich ter hoogte van het Bamboebos door prachtige rotspartijen en om dito eilandjes heen. Pootje baden, dammetjes bouwen, vissen vangen, keilen, kanoën, het kon er allemaal. Op iets latere leeftijd lag de uitdaging in het van zo hoog mogelijke rotsen afspringen danwel -duiken. En dat in het gezelschap van veel jaarlijks terugkerende gezichten. Het smerige sanitair, de franse wc’s, de slechte (en vaak ijskoude) douches en het ontbreken van zwembad en animatie namen we graag voor lief. Kun je nagaan hoe aanlokkelijk de rivier wel niet moest zijn. In 1989 kwam ik er voor het laatst. Het was per slot van rekening een familiecamping; als jong stelletje hadden we er – spijtig genoeg – niet veel meer te zoeken.

In die jaren riep ik wel eens ‘als ik later kinderen mocht hebben dan kom ik hier nog wel een keertje terug’. Een belofte aan mezelf die al die jaren overeind bleef en dik twee weken geleden werd ingelost. Op zoek naar een geschikt kampeeradres rolde begin dit jaar l’Arche uit de bus onder het motto ‘het moet er maar eens van komen’. De kids waren inmiddels oud genoeg om zonder al teveel ongemak over de rivierkiezels te banjeren en rotsen te beklauteren. En zo kwam het dat we, precies 19 jaar na dato, op een zaterdagavond plaats 276 opreden.

Het feest der herkenning begon al bij de afslag Bollène op de A7. De route lag nog vers in het geheugen: hoewel ik ‘m zelf nooit achter het stuur zittend heb genomen reed ik bijna zonder Tom2 te raadplegen via Alès naar Anduze. Vanaf het passeren van de gemeentegrens was het een groot feest der herkenning. In die twee decennia is er bar weinig veranderd in het pittoreske plaatsje. De bestrating is wat opgekalefaterd en er komen nóg meer toeristen dan destijds, maar voor het overige is Anduze van nu nog steeds het Anduze van toen. Camping de l’Arche zelf heeft daarentegen de afgelopen jaren een niet onwelkome facelift ondergaan. De oprijlaan is nieuw (niet meer via het één-auto brede weggetje langs Castel Rose), het sanitair is up-to-date gebracht, de receptie is gepimpt en er zijn wat bomen gekapt. Maar de geur van de Cévennen, het gekrekel van de krekels, het gefluit van de af en toe voorbijkomende stoomtrein, het verre geraas van de bamboebos-zagen, de geklater van de stroomversnellinkjes in de Gardon: allemaal kippenvellend vertrouwd. Op het moment dat ik de half drooggevallen rivierbedding oploop schiet ik in een keer in een gigantisch déja-vu:

Flitsen van toen, toen het leven nog eenvoudig was en onbezorgd. Flitsen van kampvuren en boze bamboebosbewakers, van wandeltochten over ‘het muurtje’ richting ‘de waterval’. Van avonden op ‘de rotsen’, van het vuurwerk op Quatorze Juillet, van La Grande-Motte, van Tornac, van ‘De Goudzoeker’, enfin; intimi zullen instemmend knikkend deze opsomming lezen. Oké, de oever aan de overkant is wat aangepast en de rivierbedding loopt ietwat anders dan in de jaren tachtig, maar voor het overige is de Gardon nog exact hetzelfde waterparadijs van toen. Gelukkig dat de twintig jaar geleden geplande stuwdam er nooit gekomen is, want dat had betekend dat al die prachtige rotsformaties voor altijd onder water zouden zijn komen te staan. De campagne ‘non au barrage!’ heeft schijnbaar (en godzijdank) zijn vruchten afgeworpen.

Zelfs na 19 jaar kwam ik nog gezichten tegen ‘van toen’. De knullen van destijds zijn vaders van nu geworden. Misschien ook wel terug van jarenlang weggeweest, net zoals wij. Of wellicht altijd gebleven, wie weet. Het maakte onze terugkeer in ieder geval nóg vertrouwder. Net zoals het nog steeds fier overeind staande glijbaantje waar mijn zus een jaar of 27 geleden een flinke snoekduik van maakte. De cirkel was rond: het speeltoestel vormde de ontmoetingsplek voor Isa en Jip en hun vriendjes en vriendinnetjes. Net zoals vroeger voor mij en mijn zus.

Tja, wat doe je als je dan eenmaal terugbent? Niet bijster veel andere dingen dan toen. Stoomtreintje rijden, (avond)markten bezoeken, lekker eten, een dagje naar de Middellandse zee, Pont du Gard bezien, naar de Cora in Alès. Oh ja, en de Tour de France meepikken. Altijd leuk en hoewel het voor mij de – naar schatting – 6e keer was dat ik de Ronde in la France aanschouwde blijft het altijd een speciale happening. Jammer dat de reclamekaravaan niet het enige colletje van de dag op mocht. Het colletje waar wij ons – tussen duizenden voornamelijk Belgen – hadden genesteld, inderdaad. Isa en Jip hadden zich verheugd op gratis petjes, folders, vlaggetjes en meer van dat soort mersjandiese. Dat viel dus even tegen. Als goedmaker begroetten Michal en ik elke willekeurige sponsorauto of politiemotor met een enthousiasme als ware het de reclamekaravaan zelf. Ik geloof niet dat ze het bedrog hebben gemerkt… De spektakel zelf duurde overigens niet langer dan een kleine 3 minuten. Twee koplopers en op dik 2 minuten het voltallige peloton. Meneer Terpstra reed voorop, dat dan weer wel. Volgens mij de enige oranjegekleurde aanvallende actie in de hele Ronde van Frankrijk en daar waren wij dan wel mooi weer even getuige van.

Na enig heen en weer gebel met het thuisfront bleek dat Oma Miep zo bij de pinken was geweest om de VCR mee te laten hobbelen. En zo zagen we ons (behalve Jip, die stond vermoedelijk een stukje terug) terug op het scherm:

Kortom. Vaak hoor je dat een terugkeer naar ‘vroeger’ tegenvalt. Die vlieger ging voor ons gelukkig niet op. Het was één groot succes. Niet dat we nu ook bevangen zijn door de Anduzeritis, maar ik vermoed dat we – als de koters een paar jaar ouder zijn – nog wel eens richting de poort van de Cévennen zullen rijden. De mooiste campingplaatsen zijn al genoteerd op de meegenomen plattegrond…

‘Ik heb zó’n grote vis gezien’

Veel meer foto’s alhier