399 | Zomer 2010

Van de Empelse ijsvloer naar het zonovergoten speelveld van een Franse camping. Van de winter linea recta naar de zomer en dat allemaal in 1 berichtje. Niet dat er in de lente niks interessants is gebeurd, maar de omgekeerde evenredigheid tussen leeftijd van de kids en de weblog-updatefrequentie is nog steeds van kracht… De foto’s van de meivakantie op Kos komen nog. Eerst even de meest ‘verse’ vakantie aftikken. Zomer 2010 dus.

Een succesverhaal leent zich prima voor een vervolg en dat geldt dus ook voor een geslaagde zomervakantie. Voor het 2e jaar op rij naar RCN Moulin de la Pique in het Dordognese Belvès. Ditmaal op een zorgvuldig uitgekozen staanplaats aan de rand van het speelveld. Dik tweeëneenhalve week genieten van dezelfde ingrediënten die in mijn berichtje over de vakantie van 2009 al zijn genoemd. ‘Is dat niet saai?’, hoor ik u denken. Nee joh! Voor iemand die een decennium op l’Arche in Anduze volmaakte is een tweede keer terug naar dezelfde plek natuurlijk slechts een peuleschilletje. Belangrijk is het om de vakantie geen kopie te laten zijn van de vorige. Dit jaar werd het aldus een bijzonder gemütlich Empels gebeuren met de aanwezigheid van zowel de familie Peperkamp als de buren van nummer 27, familie Wille. Een goede buur is beter dan een verre vriend, luidt het gezegde. Maar een goede buur die tegelijkertijd ook een goede vriend is, daar kun je gerust 1000 kilometer verderop óók bij in de buurt staan.

Belvès 2010 werd erg gezellig. Zelfs zó gezellig dat de invulling van zomervakantie 2011 deze week zijn beslag heeft gekregen. Inderdaad: met hetzelfde gezelschap. Klein stukkie zuidelijker dit keer, klein tikkie langer maar met dezelfde gezichten. Juli 2011. Dat duurt nog even, minstens één blogpost :-) Foto’s van 2010 alhier

397 | Dordogne

Meivakantie, zomervakantie, het lijkt tegenwoordig allemaal op elkaar (en vult elkaar overigens prima aan). Met wat ingekochte vrije dagen zit je voor je het weet vier en een halve week in je vouwwagen in de zon. De meivakantie aan de Costa Brava zat nog in ons hoofd en hopla daar mochten we al weer naar de Dordogne. Belvès, camping Le Moulin de la Pique om specifieker te zijn. Een ruim bemeten plek, aardige animatie voor de koters, waterglijbaan waar je voor de verandering zelfs met een opblaaspop vanaf zou mogen, kasteeltje links, kanotochtje rechts, roséetje en milka crispy voor pa en ma. Oftewel: helemaal goed zo. Foto’s alhier.

393 | Disney #2

Zo kom je er 6 jaar lang niet, zo kom je er binnen één jaar twee keer… De speciale aanbiedingen rondom het 15-jarig bestaan die in diverse spamruns op mij werden afgevuurd sorteerden effect. Met name die waarin gewag werd gemaakt van het verlengen van de gratis-entree-en-gratis-verblijf actie voor kinderen tot en met 6 jaar. En aangezien Isa nog maar een half jaar tot die categorie behoort was de herfstvakantiebestemming snel geregeld. Disneyland Parijs dus. Niet in het Kyriadhotel maar voor old time’s sake in de Davy Crockett Ranch, waar we in familieverband 15 jaar geleden ook onze disneydoop beleefden. Dat de blokhutten in dat anderhalve decennium nauwelijks veranderd danwel gemoderniseerd zijn mocht de pret niet drukken. Het oubollige interieur was schoon, de badkamer (redelijk) netjes, de douche heerlijk warm en de bedden zalig zacht. ’s Ochtends je ontbijtpakketje afhalen bij een blokhutje aan het begin van de straat is eens wat anders dan in de rij voor de bakken met dampende ei- & baconprut.

Is dat dan nog wel leuk, zo snel weer richting Disneyland? Wat denkt u zelf? Natuurlijk is dat leuk! Je gaat toch ook elk jaar naar de kermis? Nou dan. Met 4 dagen entree en 3 overnachtingen hadden we dit keer ruim voldoende tijd om op ons gemak te genieten. Geen gehaast, geen geren, geen gejakker. Daarbij was Disneyland in Halloween-stemming; gedurende de hele maand oktober is oranje de overheersende kleur en pompoen de bovenliggende groente. Wellicht niet zo sfeervol als de kerstperiode, maar het is eens een keer wat anders dan die eeuwige rinkelende sleebellen…

Overeenkomsten met een jaar geleden waren er genoeg. Het zonnige weer bijvoorbeeld. Met dien verstande dat het kwik dit keer opliep tot een graadje of 19. ’s Ochtends met de winterjas aan de ruiten krabben, ’s middags in t-shirt kuierend door Main Street. Vergeleken met een jaartje terug waren er ook verschillen te ontdekken. Disney Studios was verlost van hek-, sloop en breekwerk omdat de Tower of Terror inmiddels klaar is en de omliggende horeca geopend. Michal wilde er wel in maar had geen zin om in haar eentje te gaan. Ikzelf ben niet zo’n man voor de ‘wilde rides’. Isa had de Big Thunder Mountain uitverkozen tot dé hit van 2008. Die ‘lift’, daar had ze het niet zo op. En Jip? Die begon al te brullen tijdens het vaartochtje ‘Pirates of the Carribean’… De auto- en motorstuntshow werd deze keer ook bezocht en was een regelrechte knaller in de meest letterlijke zin des woords. Disneyland zelf bleek geen nieuwe attracties te herbergen, al was de Casey Jr. trein dit keer wél geopend in tegenstelling tot vorig bezoek. De sikkeneurigheid van de gemiddelde etenswarenkraamverkoper was nog steeds overweldigend, al moet ik zeggen dat de overige crew members dit keer bijzonder aardig waren (of zich in ieder geval zo voordeden). Dé hit van dit jaar was – op voorspraak van Jip – Buzz Lightyear’s Lastblast. Een keer of 5 hebben we onze pistolen mogen richten op de tientallen doelen. Ikzelf kwam tot een verdienstelijke 191600 punten tijdens ritje nummer 3, goed voor level 4.

Verder was het 4 dagen lang business as usual, met dien verstande dat Isa hoe langer hoe meer richting de échte attracties groeit. Big Thunder Mountain heeft ze inmiddels 3 x gedaan. Papa trekt die achtbaan overigens nog nét, dus ik heb met eigen ogen mogen aanschouwen dat madam bijna onaangedaan de g-krachten trotseerde. Tenminste, voor zover ik die eigen ogen open had :-) Ik vermoed dat mama de volgende keer de aangewezen persoon is om de Space Mountain te beklimmen…

Bij het voor de laatste keer passeren van de toegangspoorten schreeuwt een banier ‘see you soon’. Ik vermoed dat we voorlopig wel even onze dosis Mickey wel gehad hebben. Maar wie weet. Dat dachten we vorig jaar ook :-)

Meer foto’s alhier

390 | Anduze

Exact 30 jaar geleden ontdekten we Camping de l’Arche in Anduze. Kilometertje of 60 van de Méditerranée, aan het oostelijke randje van de Cévennen. De volgende 12 jaren waren we er niet weg te slaan – eerst onder de vleugels van pa en ma en later op semi-eigen benen via de lijn Roosendaal – Avignon met de Train Economique.

De camping had destijds alles wat we ons maar konden wensen. Of eigenlijk, de rivier náást de camping had alles wat we ons maar konden wensen. De Gardon kronkelde zich ter hoogte van het Bamboebos door prachtige rotspartijen en om dito eilandjes heen. Pootje baden, dammetjes bouwen, vissen vangen, keilen, kanoën, het kon er allemaal. Op iets latere leeftijd lag de uitdaging in het van zo hoog mogelijke rotsen afspringen danwel -duiken. En dat in het gezelschap van veel jaarlijks terugkerende gezichten. Het smerige sanitair, de franse wc’s, de slechte (en vaak ijskoude) douches en het ontbreken van zwembad en animatie namen we graag voor lief. Kun je nagaan hoe aanlokkelijk de rivier wel niet moest zijn. In 1989 kwam ik er voor het laatst. Het was per slot van rekening een familiecamping; als jong stelletje hadden we er – spijtig genoeg – niet veel meer te zoeken.

In die jaren riep ik wel eens ‘als ik later kinderen mocht hebben dan kom ik hier nog wel een keertje terug’. Een belofte aan mezelf die al die jaren overeind bleef en dik twee weken geleden werd ingelost. Op zoek naar een geschikt kampeeradres rolde begin dit jaar l’Arche uit de bus onder het motto ‘het moet er maar eens van komen’. De kids waren inmiddels oud genoeg om zonder al teveel ongemak over de rivierkiezels te banjeren en rotsen te beklauteren. En zo kwam het dat we, precies 19 jaar na dato, op een zaterdagavond plaats 276 opreden.

Het feest der herkenning begon al bij de afslag Bollène op de A7. De route lag nog vers in het geheugen: hoewel ik ‘m zelf nooit achter het stuur zittend heb genomen reed ik bijna zonder Tom2 te raadplegen via Alès naar Anduze. Vanaf het passeren van de gemeentegrens was het een groot feest der herkenning. In die twee decennia is er bar weinig veranderd in het pittoreske plaatsje. De bestrating is wat opgekalefaterd en er komen nóg meer toeristen dan destijds, maar voor het overige is Anduze van nu nog steeds het Anduze van toen. Camping de l’Arche zelf heeft daarentegen de afgelopen jaren een niet onwelkome facelift ondergaan. De oprijlaan is nieuw (niet meer via het één-auto brede weggetje langs Castel Rose), het sanitair is up-to-date gebracht, de receptie is gepimpt en er zijn wat bomen gekapt. Maar de geur van de Cévennen, het gekrekel van de krekels, het gefluit van de af en toe voorbijkomende stoomtrein, het verre geraas van de bamboebos-zagen, de geklater van de stroomversnellinkjes in de Gardon: allemaal kippenvellend vertrouwd. Op het moment dat ik de half drooggevallen rivierbedding oploop schiet ik in een keer in een gigantisch déja-vu:

Flitsen van toen, toen het leven nog eenvoudig was en onbezorgd. Flitsen van kampvuren en boze bamboebosbewakers, van wandeltochten over ‘het muurtje’ richting ‘de waterval’. Van avonden op ‘de rotsen’, van het vuurwerk op Quatorze Juillet, van La Grande-Motte, van Tornac, van ‘De Goudzoeker’, enfin; intimi zullen instemmend knikkend deze opsomming lezen. Oké, de oever aan de overkant is wat aangepast en de rivierbedding loopt ietwat anders dan in de jaren tachtig, maar voor het overige is de Gardon nog exact hetzelfde waterparadijs van toen. Gelukkig dat de twintig jaar geleden geplande stuwdam er nooit gekomen is, want dat had betekend dat al die prachtige rotsformaties voor altijd onder water zouden zijn komen te staan. De campagne ‘non au barrage!’ heeft schijnbaar (en godzijdank) zijn vruchten afgeworpen.

Zelfs na 19 jaar kwam ik nog gezichten tegen ‘van toen’. De knullen van destijds zijn vaders van nu geworden. Misschien ook wel terug van jarenlang weggeweest, net zoals wij. Of wellicht altijd gebleven, wie weet. Het maakte onze terugkeer in ieder geval nóg vertrouwder. Net zoals het nog steeds fier overeind staande glijbaantje waar mijn zus een jaar of 27 geleden een flinke snoekduik van maakte. De cirkel was rond: het speeltoestel vormde de ontmoetingsplek voor Isa en Jip en hun vriendjes en vriendinnetjes. Net zoals vroeger voor mij en mijn zus.

Tja, wat doe je als je dan eenmaal terugbent? Niet bijster veel andere dingen dan toen. Stoomtreintje rijden, (avond)markten bezoeken, lekker eten, een dagje naar de Middellandse zee, Pont du Gard bezien, naar de Cora in Alès. Oh ja, en de Tour de France meepikken. Altijd leuk en hoewel het voor mij de – naar schatting – 6e keer was dat ik de Ronde in la France aanschouwde blijft het altijd een speciale happening. Jammer dat de reclamekaravaan niet het enige colletje van de dag op mocht. Het colletje waar wij ons – tussen duizenden voornamelijk Belgen – hadden genesteld, inderdaad. Isa en Jip hadden zich verheugd op gratis petjes, folders, vlaggetjes en meer van dat soort mersjandiese. Dat viel dus even tegen. Als goedmaker begroetten Michal en ik elke willekeurige sponsorauto of politiemotor met een enthousiasme als ware het de reclamekaravaan zelf. Ik geloof niet dat ze het bedrog hebben gemerkt… De spektakel zelf duurde overigens niet langer dan een kleine 3 minuten. Twee koplopers en op dik 2 minuten het voltallige peloton. Meneer Terpstra reed voorop, dat dan weer wel. Volgens mij de enige oranjegekleurde aanvallende actie in de hele Ronde van Frankrijk en daar waren wij dan wel mooi weer even getuige van.

Na enig heen en weer gebel met het thuisfront bleek dat Oma Miep zo bij de pinken was geweest om de VCR mee te laten hobbelen. En zo zagen we ons (behalve Jip, die stond vermoedelijk een stukje terug) terug op het scherm:

Kortom. Vaak hoor je dat een terugkeer naar ‘vroeger’ tegenvalt. Die vlieger ging voor ons gelukkig niet op. Het was één groot succes. Niet dat we nu ook bevangen zijn door de Anduzeritis, maar ik vermoed dat we – als de koters een paar jaar ouder zijn – nog wel eens richting de poort van de Cévennen zullen rijden. De mooiste campingplaatsen zijn al genoteerd op de meegenomen plattegrond…

‘Ik heb zó’n grote vis gezien’

Veel meer foto’s alhier