399 | Zomer 2010

Van de Empelse ijsvloer naar het zonovergoten speelveld van een Franse camping. Van de winter linea recta naar de zomer en dat allemaal in 1 berichtje. Niet dat er in de lente niks interessants is gebeurd, maar de omgekeerde evenredigheid tussen leeftijd van de kids en de weblog-updatefrequentie is nog steeds van kracht… De foto’s van de meivakantie op Kos komen nog. Eerst even de meest ‘verse’ vakantie aftikken. Zomer 2010 dus.

Een succesverhaal leent zich prima voor een vervolg en dat geldt dus ook voor een geslaagde zomervakantie. Voor het 2e jaar op rij naar RCN Moulin de la Pique in het Dordognese Belvès. Ditmaal op een zorgvuldig uitgekozen staanplaats aan de rand van het speelveld. Dik tweeëneenhalve week genieten van dezelfde ingrediënten die in mijn berichtje over de vakantie van 2009 al zijn genoemd. ‘Is dat niet saai?’, hoor ik u denken. Nee joh! Voor iemand die een decennium op l’Arche in Anduze volmaakte is een tweede keer terug naar dezelfde plek natuurlijk slechts een peuleschilletje. Belangrijk is het om de vakantie geen kopie te laten zijn van de vorige. Dit jaar werd het aldus een bijzonder gemütlich Empels gebeuren met de aanwezigheid van zowel de familie Peperkamp als de buren van nummer 27, familie Wille. Een goede buur is beter dan een verre vriend, luidt het gezegde. Maar een goede buur die tegelijkertijd ook een goede vriend is, daar kun je gerust 1000 kilometer verderop óók bij in de buurt staan.

Belvès 2010 werd erg gezellig. Zelfs zó gezellig dat de invulling van zomervakantie 2011 deze week zijn beslag heeft gekregen. Inderdaad: met hetzelfde gezelschap. Klein stukkie zuidelijker dit keer, klein tikkie langer maar met dezelfde gezichten. Juli 2011. Dat duurt nog even, minstens één blogpost :-) Foto’s van 2010 alhier

398 | Op glad ijs

Het aantal berichten op de website van Isa en Jip is omgekeerd evenredig aan de leeftijd van mevrouw en meneer. Maar áls er dan weer wat nieuws is, dan kan het niet anders of het is nieuws van nationale importantie. Zo ook deze keer: Empel beleefde vorig week haar 2e Kinder Elfstedentocht en haalde daarmee naast Hart van Nederland (‘been there, done that’ vorig jaar) zelfs het Jeugdjournaal. Volgend jaar CNN?

Onder de inspirerende bezieling van Empelse Fries en tevens ijsmeester Douwe Homma lag er een parcours om van te smullen. Al een week lang veegde hij samen met wat enthousiastelingen elke dag de baan. Dit resulteerde in een prachtige ijsvloer waar men zelfs vanuit de wijde omtrekken van Empel lucht van kreeg. De zondag ná de ‘Elfstedentocht’ was het een drukte van belang. Zelfs onze eigen straat – toch zeker een goeie 400 meter verwijderd van de ijsvijvert – maakte kennis met ijstoerisme. Geen parkeerplek meer te vinden. Maar dat terzijde.

De 2e Kinder Elfstedentocht trok dit jaar maar liefst 800 kinderen. Ze schaatsten 11 rondjes, ondersteund door een karrenvracht aan vrijwilligers. Ouders mochten de ijsvloer niet op, maar net zoals vorig jaar konden wij ons tegoed doen aan patat, koek & zopie (en wat steviger spul, dat moge duidelijk zijn). Het werd wederom een onvergetelijk evenement. Douwe mocht weer acte de présence geven voor de diverse camera’s, de kids lieten ondertussen elf keer hun stempelkaart bestempelen en de ouders gloeiden hoe langer hoe heviger met hun glühwijntjes. Al het ‘oei oei!’ vooraf over arctische omstandigheden, uitsneeuwende mist en gevoelstemperaturen van -15 graden Celsius bleek aan niemand besteed. Er stond een straf windje, dat wil ik nog wel toegeven. Maar van Noord- danwel Zuidpoolse toestanden was geen sprake. Het was één groot feest. Ik was zo vrij om wat opnames te maken (daarin ook beide televisiereportages).

397 | Dordogne

Meivakantie, zomervakantie, het lijkt tegenwoordig allemaal op elkaar (en vult elkaar overigens prima aan). Met wat ingekochte vrije dagen zit je voor je het weet vier en een halve week in je vouwwagen in de zon. De meivakantie aan de Costa Brava zat nog in ons hoofd en hopla daar mochten we al weer naar de Dordogne. Belvès, camping Le Moulin de la Pique om specifieker te zijn. Een ruim bemeten plek, aardige animatie voor de koters, waterglijbaan waar je voor de verandering zelfs met een opblaaspop vanaf zou mogen, kasteeltje links, kanotochtje rechts, roséetje en milka crispy voor pa en ma. Oftewel: helemaal goed zo. Foto’s alhier.

396 | Makaay x 3

“Papa, wanneer gaan we naar Feyenoord?”. Ik heb deze vraag sinds 14 juni 2008 regelmatig voorgeschoteld gekregen. Ik had het immers beloofd. “Als jij 5 bent gaan wij naar Feyenoord” hoor ik me nog zeggen. Het duurde even maar vandaag werd die belofte dan eindelijk ingelost. Het was even zoeken geweest naar een wedstrijd met een verhoogde kans op een gunstige afloop voor ‘onze club’ uit Rotterdam-Zuid. Heracles leek me – het resterende competitieprogramma in acht genomen – de meest voor de hand liggende keuze. Ik kreeg geen ongelijk. Sterker nog: het was een geweldig succes. De Almeloërs werden met maar liefst 5-1 aan de kant geschoven waardoor Feyenoord weer zicht heeft op de playoffs voor een UEFA-cup ticket. Niet dat we daar wat te zoeken hebben, maar het is in ieder geval prettig voor de lege portemonnee van de Kuipclub.

Jips grote held Roy Makaay tekende voor de eerste drie doelpunten, waaronder een verzilverde penalty. In het feestgedruis heb ik geprobeerd deze strafschop vast te leggen:
Excuses voor het overdadig enthousiasme van ondergetekende, maar het was lang geleden dat er iets te vieren viel in de Kuip. En dat dat uitgerekend mag gebeuren op de dag dat wij er zijn, nou, da’s reden genoeg voor blijheid!

Opa Harrie was in het kader van de verzilvering van zijn verjaardagskado (je moet toch tenminste één keer in je leven in de Kuip zijn geweest) ook gezellig mee en gedrieën aanschouwden we een vermakelijke pot voetbal in een uitermate goed gevulde Kuip. Jip vond het allemaal prachtig. 5-1. En Henk Timmer zwaaide nog even naar ons, na afloop. Het kon niet op. Zelfs de trage uittocht uit Rotterdam-Zuid die daarop volgde kon de pret niet meer drukken. “We gaan Europa in”, hoorde ik mezelf voorzichtig fluisteren.

395 | Ijsvertier van de bovenste plank

Onze Empelse Fries (of zo u wilt Friese Empelnaar) Douwe Homma heeft zich de afgelopen 2 weken opgeworpen als de Ijskoning van Empel. Niet alleen verzorgt hij de ijsvloer door er elke dag met de gemotoriseerde schuivert overheen te scheuren, ook organiseerde hij gisteren de Empelse Schaatstoertocht voor alle basisschoolleerlingen van het dorp. Het werd een dagje onvervalst Hollandse ijspret. Zelfs Hart van Nederland schoof nog even aan om het gebeuren vast te leggen. Hieronder mijn sfeerimpressie, waarin ook het HvN-itempje te zien is.

394| En schaatser!

Vroeger stonden eind november de ijshockeyschaatsen, -stick en -puck al in de hal klaar om een winter lang te worden gebruikt. Althans, in mijn herinnering was het elk jaar raak. Urenlang draaiden we onze rondjes op de Geffense Plas of het Langven. Mijn adem bevroor in de strak om de mond gevlochten sjaal, witte korsten van ijs achterlatend. Er was geen Nivea genoeg op de wereld om tegen die schraalheid op te smeren. Tegenwoordig blijkt er een hele generatie te bestaan die niet eens weet hoe het voelt om met ijzers groeven te trekken in spiegelglad natuurijs. Isa en Jip hoorden daar ook bij. Tot afgelopen zondag. De Winterefteling was hun eerste kennismaking met het fenomeen ‘schaatsen’ en hoewel op verschikkelijke botjes smaakte het naar meer. Althans, bij Isa dan. Jip is meer van de zomersporten, zo bleek. De laatste dag van het jaar leverde in de vorm van een onverwacht gezellig Empelse vijver (koek en zopie, ja zelfs een schaatsenslijpert) de eerste daadwerkelijke natuurijservaring op.

Jammer dat papa’s klassieke (want uit de periode in de eerste regel van dit verhaal) ijshockeyschaatsen van de weeromstuit uit elkaar vielen bij het vooruitzicht om weer eens dienst te moeten doen. Jammer dat mama’s klassieke (ook jaren 80) witte kunstijsschaatsen zich niet eens meer lieten zien op zolder. Kwijt? Weggegooid? Niemand die een zinnig antwoord kon geven. In de veronderstelling dat schaatsen – in welke hoedanigheid dan ook – overal strak uitverkocht zouden zijn (dat hadden we ons op de drukke vijvert immers laten vertellen) togen we toch maar richting de dichtstbijzijnde schaatsenboer. 10 minuten later stonden we – geheel tot ons eigen verbazing – met een drietal fonkelnieuwe paren weer buiten. Isa kreeg een paar kekke uitschuifbare ijshockeyschaatsjes. Meteen maar even goed aanpakken, dacht ik. En Jip dan? Ach, die mag eerst eens oefenen op die van Isa.

Alle ingrediënten voor een oudhollands middagje schaatspret waren voorhanden. Jammer dat de kinderen van tegenwoordig niet meer zo winterproof zijn als wij dat destijds waren. Na een uurtje (de warme chocolademelkpauze inbegrepen) was het feest al weer over. De handschoenen, naar later bleek. Niet helemaal je-van-het om mee te schaatsen, was de conclusie van zowel Isa als Jip. Waarbij Jip en passant meedeelde dat ie ‘helemaal nooit meer’ zou gaan schaatsen. Ik pareerde met de melding ‘jongen, op botjes schuiffelen is niet eens schaatsen!’ maar dat zorgde voor een nog grotere vastberadenheid bij meneer. We zien het wel. Botjes zijn ook zó jaren 80. Ik trek hem morgen de ijshockeyschaatsen van Isa aan en stel hem prachtige winters vol ijshockeyvertier in het vooruitzicht. Misschien dat het helpt.

Dochterlief heeft sterkere ambities dan haar broer: een uurtje (en een half uur Nick Jr. dus een flink stuk opgewarmder) later vroeg ze zelf of we weer gingen schaatsen. That’s my girl. Op een bijzonder gezellig Empelse plas werd het langzaam donker.

393 | Disney #2

Zo kom je er 6 jaar lang niet, zo kom je er binnen één jaar twee keer… De speciale aanbiedingen rondom het 15-jarig bestaan die in diverse spamruns op mij werden afgevuurd sorteerden effect. Met name die waarin gewag werd gemaakt van het verlengen van de gratis-entree-en-gratis-verblijf actie voor kinderen tot en met 6 jaar. En aangezien Isa nog maar een half jaar tot die categorie behoort was de herfstvakantiebestemming snel geregeld. Disneyland Parijs dus. Niet in het Kyriadhotel maar voor old time’s sake in de Davy Crockett Ranch, waar we in familieverband 15 jaar geleden ook onze disneydoop beleefden. Dat de blokhutten in dat anderhalve decennium nauwelijks veranderd danwel gemoderniseerd zijn mocht de pret niet drukken. Het oubollige interieur was schoon, de badkamer (redelijk) netjes, de douche heerlijk warm en de bedden zalig zacht. ’s Ochtends je ontbijtpakketje afhalen bij een blokhutje aan het begin van de straat is eens wat anders dan in de rij voor de bakken met dampende ei- & baconprut.

Is dat dan nog wel leuk, zo snel weer richting Disneyland? Wat denkt u zelf? Natuurlijk is dat leuk! Je gaat toch ook elk jaar naar de kermis? Nou dan. Met 4 dagen entree en 3 overnachtingen hadden we dit keer ruim voldoende tijd om op ons gemak te genieten. Geen gehaast, geen geren, geen gejakker. Daarbij was Disneyland in Halloween-stemming; gedurende de hele maand oktober is oranje de overheersende kleur en pompoen de bovenliggende groente. Wellicht niet zo sfeervol als de kerstperiode, maar het is eens een keer wat anders dan die eeuwige rinkelende sleebellen…

Overeenkomsten met een jaar geleden waren er genoeg. Het zonnige weer bijvoorbeeld. Met dien verstande dat het kwik dit keer opliep tot een graadje of 19. ’s Ochtends met de winterjas aan de ruiten krabben, ’s middags in t-shirt kuierend door Main Street. Vergeleken met een jaartje terug waren er ook verschillen te ontdekken. Disney Studios was verlost van hek-, sloop en breekwerk omdat de Tower of Terror inmiddels klaar is en de omliggende horeca geopend. Michal wilde er wel in maar had geen zin om in haar eentje te gaan. Ikzelf ben niet zo’n man voor de ‘wilde rides’. Isa had de Big Thunder Mountain uitverkozen tot dé hit van 2008. Die ‘lift’, daar had ze het niet zo op. En Jip? Die begon al te brullen tijdens het vaartochtje ‘Pirates of the Carribean’… De auto- en motorstuntshow werd deze keer ook bezocht en was een regelrechte knaller in de meest letterlijke zin des woords. Disneyland zelf bleek geen nieuwe attracties te herbergen, al was de Casey Jr. trein dit keer wél geopend in tegenstelling tot vorig bezoek. De sikkeneurigheid van de gemiddelde etenswarenkraamverkoper was nog steeds overweldigend, al moet ik zeggen dat de overige crew members dit keer bijzonder aardig waren (of zich in ieder geval zo voordeden). Dé hit van dit jaar was – op voorspraak van Jip – Buzz Lightyear’s Lastblast. Een keer of 5 hebben we onze pistolen mogen richten op de tientallen doelen. Ikzelf kwam tot een verdienstelijke 191600 punten tijdens ritje nummer 3, goed voor level 4.

Verder was het 4 dagen lang business as usual, met dien verstande dat Isa hoe langer hoe meer richting de échte attracties groeit. Big Thunder Mountain heeft ze inmiddels 3 x gedaan. Papa trekt die achtbaan overigens nog nét, dus ik heb met eigen ogen mogen aanschouwen dat madam bijna onaangedaan de g-krachten trotseerde. Tenminste, voor zover ik die eigen ogen open had :-) Ik vermoed dat mama de volgende keer de aangewezen persoon is om de Space Mountain te beklimmen…

Bij het voor de laatste keer passeren van de toegangspoorten schreeuwt een banier ‘see you soon’. Ik vermoed dat we voorlopig wel even onze dosis Mickey wel gehad hebben. Maar wie weet. Dat dachten we vorig jaar ook :-)

Meer foto’s alhier

392 | A bug’s life

Bijna 3 weken geleden bleken zowel mijn dochter als mijn zoon last te hebben van ‘onwelkome gasten’ op hun hoofd. Nee, geen illegale immigranten maar gewone luizen. Terugredenerend zijn die vermoedelijk gedropt tijdens het monteren van een prachtig staartje danwel vlechtje (ik ben niet zo thuis in de haarmode-terminologie, excuus) op Isa’s hoofd tijdens de vakantie in Frankrijk.
U weet wel, bij zo’n Bohémien die een keer per week haar kraampje mag uitklappen op de camping. Ze heeft haar kammen die dag vermoedelijk door heel wat kilometers kinderhaar getrokken tijdens haar vlechtwerk en kralenknoperij. Knappe luis die dán nog niet eens over kan hoppen naar een vers kinderkopje…

Enfin, die bewuste zaterdag dat we de aanwezigheid van onze fijne vrienden hadden ontdekt leek het wel een oorlogsgebied in ons huis. Pas gedragen kleding in de was, niet zo pas gedragen kleding voor een dikke week in plastic zakken, autostoelhoezen, tapijten, bankstellen, zitzakken, knuffelbeesten stofzuigen… de zaterdag was zo voorbij. Er gingen vanaf die dag heel wat ladingen lotion, shampoo, neten-losweekspul en gaasjes doorheen. Sinds de zondag na die bewuste zaterdag heb ik dan ook geen wandelende luis meer gespot.

Tot de dag van vandaag geselen we de tere hoofdhuidjes van onze kroost met het staalgetande martelwerktuig dat in de volksmond netenkam wordt genoemd maar waar ze in Guantanamo Bay vermeende terroristen wel mee aan het praten zouden krijgen. Er zit hier en daar nog een verdwaald neetje, morsdood natuurlijk maar schijnbaar net niet breed genoeg om door de netenkam te worden opgepikt. Met engelengeduld pikken we die er dan maar handmatig uit.

Wat schetst onze verbazing tijdens de eerste ‘luizendag’ op school? We kregen een fijne brief mee dat onze Isa wellicht wat activiteit op haar hoofd had die daar niet thuishoorde. Ik ben inmiddels aardig expert in het wel en wee van de luis, haar neten en al hun eigenaardigheden. En als er iets is wat ik zeker weet is dat dooie neten bijzonder weinig kunnen uitrichten op een kinderhoofd. Sowieso, neten die verder dan 1 centimeter van de hoofdhuid op het haar zitten zijn dood danwel leeg. Maar zo ver strekt de luizenkennis van de luizenmoeder niet… ik weet inmiddels wel beter. Dat je ’s avonds hoort dat er kinderen zijn die bij thuiskomst wél luizen bleken te hebben maar op school een ‘negatieve’ luizencheck hadden is een bevestiging van het feit dat die hele controle één wassen neus is, maar dat terzijde…

Waar de term luizenleventje vandaag komt is mij inmiddels overigens een volslagen raadsel. Goed, gedurende de periode dat je als pasgeboren luis nog niet bent ontdekt zul je het best naar je zin hebben tussen gel, brillcreme, haarlak en roos, maar op het moment dat je je aanwezigheid hebt verraden wordt je het leven wel heel erg onaangenaam gemaakt. Een leven dat vanaf dat moment in de regel ook niet bijster lang meer duurt.

En wat te denken van de kreet ‘als de neten’. Zo corrupt als de neten, zo giftig als de neten, zo brutaal als de neten… ik heb het deze week allemaal voorbij horen komen op tv. Ik weet het niet hoor, maar de neten die ik de afgelopen weken onder mijn ogen heb gekregen blonken niet echt uit in dit alles. Ja; in plakken. Dat kunnen ze wel. ‘Plakken als de neten’, da’s de enige kwalificatie die ik ze dan ook wil meegeven. Oh ja, en dat ik ze voorlopig niet meer hoef te zien, dat ook…

391 | 5000 pond

Even een klein stukje schaamteloze reclame voor papa’s bijdrage aan een wedstrijd die uitgeschreven is door Marillion. Aan de fanbase werd gevraagd om een clipje te maken bij de nieuwe single Whatever is wrong with you. Zo gezegd, zo gedaan. De clip met de meeste views op 1 december gaat er vandoor met 5000 Britse pondjes. Aardig? Zeker aardig! Dus als u even tijd heeft om op bovenstaande filmpje te klikken, dan graag! Mijn dank is enorm, dat moge duidelijk zijn.

390 | Anduze

Exact 30 jaar geleden ontdekten we Camping de l’Arche in Anduze. Kilometertje of 60 van de Méditerranée, aan het oostelijke randje van de Cévennen. De volgende 12 jaren waren we er niet weg te slaan – eerst onder de vleugels van pa en ma en later op semi-eigen benen via de lijn Roosendaal – Avignon met de Train Economique.

De camping had destijds alles wat we ons maar konden wensen. Of eigenlijk, de rivier náást de camping had alles wat we ons maar konden wensen. De Gardon kronkelde zich ter hoogte van het Bamboebos door prachtige rotspartijen en om dito eilandjes heen. Pootje baden, dammetjes bouwen, vissen vangen, keilen, kanoën, het kon er allemaal. Op iets latere leeftijd lag de uitdaging in het van zo hoog mogelijke rotsen afspringen danwel -duiken. En dat in het gezelschap van veel jaarlijks terugkerende gezichten. Het smerige sanitair, de franse wc’s, de slechte (en vaak ijskoude) douches en het ontbreken van zwembad en animatie namen we graag voor lief. Kun je nagaan hoe aanlokkelijk de rivier wel niet moest zijn. In 1989 kwam ik er voor het laatst. Het was per slot van rekening een familiecamping; als jong stelletje hadden we er – spijtig genoeg – niet veel meer te zoeken.

In die jaren riep ik wel eens ‘als ik later kinderen mocht hebben dan kom ik hier nog wel een keertje terug’. Een belofte aan mezelf die al die jaren overeind bleef en dik twee weken geleden werd ingelost. Op zoek naar een geschikt kampeeradres rolde begin dit jaar l’Arche uit de bus onder het motto ‘het moet er maar eens van komen’. De kids waren inmiddels oud genoeg om zonder al teveel ongemak over de rivierkiezels te banjeren en rotsen te beklauteren. En zo kwam het dat we, precies 19 jaar na dato, op een zaterdagavond plaats 276 opreden.

Het feest der herkenning begon al bij de afslag Bollène op de A7. De route lag nog vers in het geheugen: hoewel ik ‘m zelf nooit achter het stuur zittend heb genomen reed ik bijna zonder Tom2 te raadplegen via Alès naar Anduze. Vanaf het passeren van de gemeentegrens was het een groot feest der herkenning. In die twee decennia is er bar weinig veranderd in het pittoreske plaatsje. De bestrating is wat opgekalefaterd en er komen nóg meer toeristen dan destijds, maar voor het overige is Anduze van nu nog steeds het Anduze van toen. Camping de l’Arche zelf heeft daarentegen de afgelopen jaren een niet onwelkome facelift ondergaan. De oprijlaan is nieuw (niet meer via het één-auto brede weggetje langs Castel Rose), het sanitair is up-to-date gebracht, de receptie is gepimpt en er zijn wat bomen gekapt. Maar de geur van de Cévennen, het gekrekel van de krekels, het gefluit van de af en toe voorbijkomende stoomtrein, het verre geraas van de bamboebos-zagen, de geklater van de stroomversnellinkjes in de Gardon: allemaal kippenvellend vertrouwd. Op het moment dat ik de half drooggevallen rivierbedding oploop schiet ik in een keer in een gigantisch déja-vu:

Flitsen van toen, toen het leven nog eenvoudig was en onbezorgd. Flitsen van kampvuren en boze bamboebosbewakers, van wandeltochten over ‘het muurtje’ richting ‘de waterval’. Van avonden op ‘de rotsen’, van het vuurwerk op Quatorze Juillet, van La Grande-Motte, van Tornac, van ‘De Goudzoeker’, enfin; intimi zullen instemmend knikkend deze opsomming lezen. Oké, de oever aan de overkant is wat aangepast en de rivierbedding loopt ietwat anders dan in de jaren tachtig, maar voor het overige is de Gardon nog exact hetzelfde waterparadijs van toen. Gelukkig dat de twintig jaar geleden geplande stuwdam er nooit gekomen is, want dat had betekend dat al die prachtige rotsformaties voor altijd onder water zouden zijn komen te staan. De campagne ‘non au barrage!’ heeft schijnbaar (en godzijdank) zijn vruchten afgeworpen.

Zelfs na 19 jaar kwam ik nog gezichten tegen ‘van toen’. De knullen van destijds zijn vaders van nu geworden. Misschien ook wel terug van jarenlang weggeweest, net zoals wij. Of wellicht altijd gebleven, wie weet. Het maakte onze terugkeer in ieder geval nóg vertrouwder. Net zoals het nog steeds fier overeind staande glijbaantje waar mijn zus een jaar of 27 geleden een flinke snoekduik van maakte. De cirkel was rond: het speeltoestel vormde de ontmoetingsplek voor Isa en Jip en hun vriendjes en vriendinnetjes. Net zoals vroeger voor mij en mijn zus.

Tja, wat doe je als je dan eenmaal terugbent? Niet bijster veel andere dingen dan toen. Stoomtreintje rijden, (avond)markten bezoeken, lekker eten, een dagje naar de Middellandse zee, Pont du Gard bezien, naar de Cora in Alès. Oh ja, en de Tour de France meepikken. Altijd leuk en hoewel het voor mij de – naar schatting – 6e keer was dat ik de Ronde in la France aanschouwde blijft het altijd een speciale happening. Jammer dat de reclamekaravaan niet het enige colletje van de dag op mocht. Het colletje waar wij ons – tussen duizenden voornamelijk Belgen – hadden genesteld, inderdaad. Isa en Jip hadden zich verheugd op gratis petjes, folders, vlaggetjes en meer van dat soort mersjandiese. Dat viel dus even tegen. Als goedmaker begroetten Michal en ik elke willekeurige sponsorauto of politiemotor met een enthousiasme als ware het de reclamekaravaan zelf. Ik geloof niet dat ze het bedrog hebben gemerkt… De spektakel zelf duurde overigens niet langer dan een kleine 3 minuten. Twee koplopers en op dik 2 minuten het voltallige peloton. Meneer Terpstra reed voorop, dat dan weer wel. Volgens mij de enige oranjegekleurde aanvallende actie in de hele Ronde van Frankrijk en daar waren wij dan wel mooi weer even getuige van.

Na enig heen en weer gebel met het thuisfront bleek dat Oma Miep zo bij de pinken was geweest om de VCR mee te laten hobbelen. En zo zagen we ons (behalve Jip, die stond vermoedelijk een stukje terug) terug op het scherm:

Kortom. Vaak hoor je dat een terugkeer naar ‘vroeger’ tegenvalt. Die vlieger ging voor ons gelukkig niet op. Het was één groot succes. Niet dat we nu ook bevangen zijn door de Anduzeritis, maar ik vermoed dat we – als de koters een paar jaar ouder zijn – nog wel eens richting de poort van de Cévennen zullen rijden. De mooiste campingplaatsen zijn al genoteerd op de meegenomen plattegrond…

‘Ik heb zó’n grote vis gezien’

Veel meer foto’s alhier